Al meer dan een eeuw geldt de maximale zuurstofopname (VO2max) als de gouden standaard om de oxidatieve capaciteit van de mens te meten. Toch bepalen niet één, maar drie metabole energiesystemen de fysiologische identiteit van een sporter: de oxidatieve fosforylatie, de afbraak van fosfocreatine en de glycolyse.
Waar VO2max het maximale aerobe vermogen bepaalt, brengt vLamax het glycolytische vermogen en de koolhydraatflux in kaart. In deze blogpost focussen we op drie vragen:
- Waarom zouden we ons iets aantrekken van vLamax?
- Hoe kan ik vLamax verhogen of verlagen?
- Hoe kan ik vLamax meten?
Laten we erin duiken.
Waarom zouden we ons iets aantrekken van vLamax?
Het korte antwoord: omdat vLamax je een vollediger beeld geeft van het fysiologische profiel van de sporter. Het is een unieke bron van informatie die verklaart:
- Waarom sommige sporters tijdens inspanning meer koolhydraten verbruiken dan andere
- Waarom sommige sporters een extra versnelling hebben voor sprints en versnellingen
- Waarom sommige sporters urenlang een hoog percentage van hun VO2max kunnen aanhouden, terwijl andere na enkele minuten instorten
Maar hoe werkt dat precies? En is een hoge vLamax altijd een voordeel voor de prestatie?
Zonder te diep in het spiermetabolisme te duiken, is het belangrijk om te begrijpen dat onze energiesystemen samen in gang schieten. Dat zie je in de grafiek hieronder, met de lactaatproductie (rode curve, het resultaat van de glycolyse) en de lactaatoxidatie (blauwe curve, het resultaat van het aerobe metabolisme) ten opzichte van de inspanningsintensiteit (X-as). Naarmate de intensiteit stijgt, worden de energiesystemen actiever. Dat is logisch: bij een hogere intensiteit is er meer energie nodig, en die moet meteen geleverd worden. Belangrijk is dat de glycolyse zich anders gedraagt dan het aerobe metabolisme: de glycolyse stijgt exponentieel, terwijl het aerobe metabolisme eerder een (quasi) lineair verloop kent (Mader, 1984, 1999, 2003). Waar beide curves elkaar kruisen, ligt de intensiteit waarbij de lactaatproductie gelijk is aan de lactaatoxidatie. Dat is de zogenaamde maximal lactate steady state (MLSS, ook wel anaerobe drempel). Onder de MLSS is de lactaatproductie relatief laag en kan het aerobe metabolisme dat lactaat bijhouden en oxideren. Boven de MLSS wordt lactaat snel geproduceerd en raakt het aerobe metabolisme verzadigd. Zulke inspanningen noemen we “non-steady-state” inspanningen, omdat alle fysiologische parameters naar extreme waarden evolueren en de vermoeidheid snel toeslaat.

Figuur 1: Lactaatproductie (glycolyse) en lactaatoxidatie (aeroob metabolisme).
Sporters met een hoge vLamax hebben een steilere curve voor de lactaatproductie. Dat betekent dat ze sneller koolhydraten verbruiken en een lagere MLSS hebben (het kruispunt schuift naar links), bij een lager %VO2max. Maar een hoge vLamax betekent ook een krachtig glycolytisch systeem, dat snel energie kan leveren: perfect voor sprints en versnellingen.
Bij sporters met een lage vLamax is het omgekeerd: minder koolhydraatverbruik, een lagere lactaatproductie, een hogere MLSS… en minder sprintvermogen.
In tabel 1 vind je enkele typische waarden voor vLamax.
| Sportpopulatie | Typische referentiewaarden voor vLamax (mmol/l/s) |
|---|---|
| Middellange afstand lopen | 0,5-0,7 |
| Wegwielrennen, eendagsklassiekers | 0,5-0,7 |
| Wegwielrennen, klassementsrenners in grote rondes | 0,3-0,4 |
| Baanwielrennen, sprint | 0,8-1,0 |
| Triatlon lange afstand | 0,2-0,3 |
Tabel 1: Typische waarden voor vLamax (mmol/l/s) in verschillende sportpopulaties. Waarden voor mannelijke sporters. Vrouwelijke sporters hebben doorgaans iets lagere waarden.
Hoe kan ik vLamax verhogen of verlagen?
Voor zover ik weet, is er maar één studie gepubliceerd die het effect van duurtraining (ET) en sprintintervaltraining (SIT) op vLamax onderzocht (Hommel et al., 2019). Dertig deelnemers werden willekeurig ingedeeld in de SIT-groep, de ET-groep of de controlegroep (n = 10 per groep). Elke sessie bestond uit vier tot zes herhalingen van een all-out Wingate-test van 30 s (SIT) of 60 min fietsen bij een bloedlactaat van 1,5 tot 2,5 mmol/L (ET). Beide groepen trainden drie dagen per week, zes weken lang.
De resultaten van deze studie waren enigszins verrassend: bij de SIT-groep daalde de vLamax en stegen VO2max en MLSS, terwijl bij de ET-groep VO2max en MLSS stegen zonder effect op de vLamax. SIT verhoogde de vLamax dus niet. Een mogelijke verklaring is dat de sprints te lang waren en de rustpauzes te kort om een specifieke prikkel te geven aan het glycolytische energiesysteem. De energiebijdrage van het aerobe metabolisme neemt immers toe met de duur van de sprint en met onvolledig herstel tussen de inspanningen. De SIT bleek een effectieve aerobe prikkel, maar niet effectief om de vLamax te verbeteren.
Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn met algemene conclusies op basis van één studie. Er is meer onderzoek nodig om beter te begrijpen welk type training de vLamax beïnvloedt en welke mechanismen achter de waargenomen aanpassingen zitten.
Ondanks het gebrek aan wetenschappelijk bewijs is er wel wat kennis aanwezig bij coaches. Die moeten we uiteraard met een korrel zout nemen. Bovendien kan de trainingsrespons verschillen tussen sporters met een verschillende vLamax. Sporters met een hoge vLamax hebben mogelijk erg specifieke prikkels nodig om hun vLamax nog verder te verhogen (zie de resultaten van de studie van Hommel en collega’s), terwijl sporters met een lage vLamax al bij veel lagere intensiteiten een betekenisvolle glycolytische prikkel ervaren.
Ik heb dit samengevat in tabel 2.
| Training om vLamax te verhogen | Training om vLamax te verlagen |
|---|---|
| Korte sprints (10-15 s), lange rustpauzes (5-15 min) | Training met hoog volume en matige intensiteit |
| Krachttraining, 10-20 herhalingen per set | Sweetspottraining |
| MLSS-training | |
| Training aan lage cadans |
Tabel 2: Trainingsvormen om vLamax te verhogen of te verlagen, op basis van informatie uit de coachingpraktijk.
Hoe kan ik vLamax meten?
Hoewel vLamax steeds vaker opduikt in de moderne prestatiecoaching, is er nog geen wetenschappelijke consensus of gouden standaard over hoe je vLamax test. De meest gebruikte aanpak is waarschijnlijk om vLamax af te leiden uit de stijging van de lactaatconcentratie in het bloed over de duur van een sprint. Die aanpak komt voort uit wetenschappelijk werk van Sebastian Weber, met erg specifieke testvoorwaarden zoals de instellingen van de ergometer (Weber, 2003).
vLamax = (Lamax − Larest) / (texercise − talactic)
De klassieke vLamax-test met sprints kampt met methodologische fouten, wiskundige overcorrecties en conceptuele verwarring (Wackerhage et al., 2025). De auteurs wijzen op zes fundamentele methodologische problemen, zoals de moeilijkheid om de energiebijdrage van het fosfageen- en het oxidatieve systeem in te schatten. Daardoor is het zo goed als onmogelijk om de echte maximale glycolyse bij mensen te meten met sprints. Om een richtwaarde voor de vLamax van de sporter te krijgen, blijft de sprintmethode wel bruikbaar.
Om die methodologische problemen van sprinttests te omzeilen en een nauwkeurigere vLamax te bekomen, ontwikkelde een Zwitsers bedrijf een wiskundig model dat vLamax afleidt uit submaximale inspanningen. Omdat er geen gouden standaard bestaat, is hun wiskundige aanpak nog niet gevalideerd in een rechtstreekse vergelijking. Maar steeds meer casestudy’s (Ohr & Lindschulten, 2023; Robberechts et al., 2023, 2024; Van Schuylenbergh, 2024) en validatiestudies met hun wiskundig model verschijnen in wetenschappelijke publicaties (Podlogar et al., 2022; Poffé et al., 2024; Van Schuylenbergh et al., 2026). Dat kun je zien als een indirecte validatie van de berekeningen.
Tot slot
vLamax is een fundamenteel onderdeel van het fysiologische profiel van de sporter. Het geeft dieper inzicht in het metabolisme en de fysiologische prestaties van de sporter. Je kunt vLamax meten met sprints, voor een richtwaarde, of met specifieke wiskundige modellen. Vandaag kunnen we voortbouwen op de ervaring van de coachinggemeenschap om specifieke trainingsprogramma’s te ontwerpen die de vLamax optimaliseren. Er is meer onderzoek nodig om duidelijk te maken welk type training een specifieke prikkel geeft om de vLamax te verhogen of te verlagen.
Referenties
- Hommel, J., Öhmichen, S., Rudolph, U. M., Hauser, T., & Schulz, H. (2019). Effects of six-week sprint interval or endurance training on calculated power in maximal lactate steady state. Biology of Sport, 36(1), 47-54. https://doi.org/10.5114/biolsport.2018.78906
- Mader, A. (1984). Eine Theorie zur Berechnung der Dynamik und des steady state von Phosphorylierungszustand und Stoffwechselaktivitaet der Muskelzelle als Folge des Energiebedarfs. Deutsche Sporthochschule Köln. BISp.
- Mader, A. (1999). Anaerobic threshold (AT) as determined by VO2max and vLamax of the working muscle mass of the human body: an update of the theoretical concept. 14.
- Mader, A. (2003). Glycolysis and oxidative phosphorylation as a function of cytosolic phosphorylation state and power output of the muscle cell. European Journal of Applied Physiology, 88(4), 317-338. https://doi.org/10.1007/s00421-002-0676-3
- Ohr, C., & Lindschulten, R. (2023). Load intensity determination in long-distance triathlon with INSCYD athletic performance software. Sport Performance & Science Reports, 196. https://sportperfsci.com/load-intensity-determination-in-long-distance-triathlon-with-inscyd-athletic-performance-software/
- Podlogar, T., Cirnski, S., Bokal, Š., & Kogoj, T. (2022). Utility of INSCYD athletic performance software to determine Maximal Lactate Steady State and Maximal Oxygen Uptake in cyclists. Journal of Science and Cycling, 11(1), 30-38. https://doi.org/10.28985/1322.jsc.06
- Poffé, C., Van Dael, K., & Van Schuylenbergh, R. (2024). INSCYD physiological performance software is valid to determine the maximal lactate steady state in male and female cyclists. Frontiers in Sports and Active Living, 6, 1376876. https://doi.org/10.3389/fspor.2024.1376876
- Robberechts, R., Poffé, C., & Van Schuylenbergh, R. (2023). Calculated glycolytic power and substrate utilization during a world record marathon in a female runner. Sport Performance & Science Reports, 209. https://sportperfsci.com/calculated-glycolytic-power-and-substrate-utilization-during-a-world-record-marathon-in-a-female-runner/
- Robberechts, R., Poffé, C., & Van Schuylenbergh, R. (2024). Calculation of the metabolic demands of a successful cycling world-hour record by a validated mathematical model. Sport Performance & Science Reports, 244.
- Van Schuylenbergh, R. (2024). Can a world class junior cyclist beat a multiple Tour de France winner? Sport Performance & Science Reports, June(226).
- Van Schuylenbergh, R., Khurshudyan, A., & Weber, S. (2026). Validity of the calculated VO2max from cycling power and vLamax. International Journal of Sports Science and Physical Education, 11(1), 1-10. https://doi.org/10.11648/j.ijsspe.20261101.11
- Wackerhage, H., Kabasakalis, A., Seiler, S., & Heck, H. (2025). Is the vLamax for Glycolysis What the VO2max is for Oxidative Phosphorylation? Sports Medicine, 55(8), 1853-1866. https://doi.org/10.1007/s40279-025-02259-6
- Weber, S. (2003). Calculation of performance-determining parameters of metabolic activity at the cellular level by means of cycle ergometry [Berechnung leistungsbestimmender Parameter der metabolischen Aktivität auf zellulärer Ebene mittels fahrradergometrischer Untersuchungen]. Diploma thesis, Deutsche Sporthochschule Köln.
